De oudste bewoner van Moerdijk

Gesprek met Jaap van Tilborgh, door Edwin Nuijten

Jaap van Tilborgh is geboren in 1924 in het dorp Langeweg als vijfde in een gezin met vijf broers en drie zussen. Hij groeide op in de crisistijd van de jaren dertig. Naast de armoede en economisch zware tijd, was er op andere gebieden sprake van vooruitgang. Zo zag hij de eerste auto in het dorp komen en werd in die jaren een elektriciteitskabel door het dorp aangelegd en kreeg men elektrische verlichting. Voorheen was men aangewezen op petroleum of gas. Voor ons allemaal vanzelfsprekende zaken, maar in die tijd technische wonderen. In techniek was hij geïnteresseerd, maar daar kom ik later over te spreken.

Opgroeien

Jaap linksonder

Zijn ouders Marinus Johannes van Tilborgh en Cristina van Dongen zijn getrouwd in 1909 in Sprang Capelle in de Lang-straat. Ze trokken in 1910 naar West-Brabant. Vader vond werk in de omgeving van Zevenbergschenhoek en ging later werken op de boerderij van de familie Maris in Langeweg.[5] Hier werd Jacob (Jaap) geboren. Zij kwamen daar als Nederlands Hervormd in een overwegend Rooms-Katholieke omgeving terecht. De verstandhouding met de omgeving was goed. In 1931 ging Jaap naar de katholieke dorpsschool, net als enkele oudere broers.

Jaap verteld; “Wekelijks werd de klas bezocht door een pater van de dorpskerk voor godsdienstonderwijs. Ik hoefde daar als protestant niet aan mee te doen en kreeg dan een dik verhalenboek om te lezen. De andere kinderen wilde dit ook wel. Tegen de pater werd dan gezegd ”Mijn ouders hadden ook maar protestant moeten worden, dan kregen wij ook zo’n leesboek!”.” Jaap verteld met een glimlach; ”De pater kon dat niet zo waarderen”. Verder leren was te duur, wat veel voorkwam in grote gezinnen. De schoolplicht schreef voor dat je tot je 14e verjaardag school moest volgen en zodoende bleef Jaap tot zijn 14e verjaardag op de dorpsschool (De zevende klas). Zoals in die tijd gebruikelijk was het voor en na school werken geblazen. In het voorjaar peeën dunnen, in het najaar peeën hakken. Tussen de middag misschien een boterham, maar soms wachten tot de avond. Jaap heeft nimmer hongergeleden, maar het leven was zwaar en hard. Mensen werden gemakkelijk ontslagen en werk lag niet voor het oprapen.

Leerling bankwerker

Jaap ging tot zijn 14de naar school en ging daarna meteen aan de slag bij de boer, want het was suikerbieten oogst. Maar in de wintertijd is er bij de boer weinig werk, dus was er weinig te verdienen. Jaap verteld; “Begin december stond er een advertentie in het toenmalige weekblad “Het Hollandschdiep”, waarin leerjongens werden gevraagd voor een machinefabriek. Moeder was het er wel mee eens om te proberen daar aan de slag te komen, maar vader had zijn bedenkingen vanwege de wensen op de boerderij. Maar uiteindelijk was vader het er ook mee eens en ben ik aangemeld bij de fabriek”. Begin januari 1939 kon hij beginnen, maar er was wel een fiets nodig en fietsen waren schaars. Zo werd overal wat bij elkaar gescharreld en kon een fiets samengesteld worden. Het was meer roest dan staal, maar hij kon er mee naar het werk fietsen.

Aanvankelijk ging hij als leerling bankwerker aan de slag. Zij werkten daar toen 52 uur per week en daarbij ook de zaterdagmorgen. Op zaterdagmiddag was het de taak van de leerjongens om de machines te poetsen en op te ruimen. Leerjongens kregen geen loon, maar de betaling bestond uit 1 gulden die als zakgeld werd uitgekeerd.

Jaap verteld; “Toen ik enkele maanden aan het werk was vroeg de werkmeester mij of ik aan machines kon werken. Ik wilde dat wel leren en werd meegenomen naar een machine waar een jongeman van een jaar of achttien aan het werk was. Die knul kreeg de opdracht mij het werk te leren. Tegen het einde van de werktijd kwam de werkmeester informeren hoe het ging. Ik zei dat het wel ging lukken en de knul bevestigde dat. Toen zei de werkmeester dat ik maandagmorgen aan de machine stond en tegen de knul zei hij; ”jij hoeft maandag niet meer terug te komen”. Die knaap verdiende enkele guldens meer en ik maar 1 gulden, dus die jongen werd te duur en werd zonder pardon de laan uitgestuurd. Hij stond gewoon te huilen en zei; ”Nu moet mijn moeder die paar guldens ook al missen en er is al zo weinig!”. Ik vond dit verschrikkelijk en dit voorval heeft een diepe indruk op mij achtergelaten. Ik ben dit dan ook nooit vergeten. Niemand kon iets tegen het besluit inbrengen, het was wat dat betreft een verschrikkelijke tijd”.

Jaap zegt; ”Als je daar nu met jongeren over praat hebben ze geen idee. Ze zeggen; ‘’Jullie waren gek dat je dat allemaal pikte”, maar ze beseffen niet dat er geen andere mogelijkheden waren voor arbeiders”. 

Tewerkgesteld in Duitsland in oorlogstijd

In de oorlog werd er in de fabriek ook voor het Duitse leger gewerkt. Jaap verteld; ”We maakten wiel-verbreders voor voertuigen van het leger van generaal Rommel van het Duitse Afrikacorps.

Dwangarbeidersmonument in het Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum te Overloon (Photo: G.H. van Ginkel) [7]

Toen kwam de tijd dat er mensen aangewezen werden voor werk in Duitsland. De eerste groep van een man of tien werd naar Essen gestuurd, voor werk op de Krupp fabrieken. Ik zat in de tweede groep. Toen ik achttien jaar werd kwam de brief met het bericht tewerkstelling in Duitsland. Een dag of tien later zijn we vertrokken met de bestemming Keulen. De meesten van onze groep kwam in het oosten terecht. Ik kwam als enige in het westen van Keulen terecht op een fabriek waar gietmodellen gemaakt werden voor vliegtuigmotoren. Wel zochten we elkaar regelmatig op. We hadden bonnen voor rookwaren en mijn maten wisten dat ik niet rookte, dus ze wisten me vaak te vinden”. Jaap gaat verder; ”Gelijktijdig kwamen enkele Limburgers en een Fries op de fabriek werken. Aanvankelijk verbleven we in een kleine ruimte onder het kantoor, maar als snel bouwde men barakken. Toen die klaar waren trokken wij daarin, samen met enkele Fransen van de Renault fabrieken in Parijs”. Jaap verteld; ”Ik was voorheen nog nooit van huis geweest. Maar de verstandhouding tussen de Nederlanders en Fransen was goed. Misschien onverwacht, maar ook met de Duitsers die daar werkten. Het eten kregen wij in de kantine en het warme eten werd verzorgd vanaf een centraal punt. Eerder was het eten naar omstandigheden redelijk, maar hoe langer de oorlog duurde en de bombardementen heviger werden, kwam het transport in de knel. Daardoor werd het eten vaak laat bezorgd en ook de porties werden veel kleiner. Angstig waren de bombardementen en met afschuw spreekt Jaap over de slachtoffers die er vielen. Buiten de bombardementen zijn er in Keulen zelf weinig oorlogshandelingen geweest”. Door de snelle capitulatie waren de geallieerde troepen snel in de stad. Na verloop van enkele dagen begon alles weer een beetje op gang te komen, waarbij de voedsel- voorziening prioriteit had. Jaap; “Wij wilden naar huis, maar reizen zat er voor ons de eerste tijd niet in, want alle logistiek lag op zijn gat. Pas na enkele maanden konden wij naar huis”.

Na de oorlog is jaap begonnen bij Wevers, de lokale Smid in Langeweg. Er was volop werk, bij de boeren en aannemerij.

Tewerkstelling Ruim 500.000 Nederlanders werden gedwongen tewerkgesteld in Duitsland. Meer dan 30.000 van hen kwamen om door honger, ziekte, mishandeling en oorlogsgeweld.[8]

Vraag: Kent u Moerdijkers die ook tewerk zijn gesteld in Duitsland?Graag zouden wij hun namen kennen.

Noodwoningen aan de grintweg 1968

Trouwen en carrière

Op 16 november 1952 ging Jaap in ondertrouw met Josina (Jo) van der Linden. Een Moerdijkse en het plan was om in 1953 te trouwen. Het wachten was op een woning.

De Julianastraat werd aangelegd en dat was een optie. De watersnood in 1953 maakte een eind aan deze plannen. De huizen in de Julianastraat werden bestemd voor gedupeerde gezinnen. Jaap en Jo trokken noodgedwongen in bij de schoonouders in een nood-woning ter plaatse van de huidige basisschool. Later werd een woning verkregen, de tweekapper naast de huidige basisschool, Grintweg 62. Zoon Martin woont hier nu nog steeds.

Jo werkte bij de Victoria, koekjesfabriek in Dordrecht en gaf leiding aan ongeveer 50 dames, maar zoals in die tijd gebruikelijk (stond in het arbeidscontract) moest ze na trouwen stoppen. Toen door een onfortuinlijk voorval smid Wevers overleed, heeft Jaap op verzoek van de familie Wevers de smederij zelfstandig voortgezet. In 1960 via goede contacten van Jo, overgestapt naar Victoria. Bij de Victoria gewerkt als onderhoudsmonteur.

Na 4 à 5 jaar kwam er daar de klad in door overnames en besloot Jaap als zelfstandig smid te gaan werken vanuit Moerdijk. Hij huurde een garage achter garage Hulten (huidige garage John Geleijns) en kon ondanks weinig papieren, maar wel met veel ervaring zelfstandig beginnen. Nog steeds werd hij gevraagd door Victoria voor zijn specifieke vaardigheden en tot 1985 heeft hij gewerkt als monteur bij het offshorebedrijf De GrootInt Zwijndrecht.

Resume

Jaap kan geweldig vertellen en heeft een scherp geheugen. Mooi hoe hij spreekt over zijn medebewoners in Moerdijk. Jaap heeft enorm veel veranderingen meegemaakt, op alle gebied.

oudste bewoner Moerdijk
Jaap van Tilborgh 2021

Hij is zeker niet stil blijven staan en zit met veel plezier achter zijn computer. Hij heeft het dorp zien veranderen en ik denk dat we veel van hem kunnen opsteken. Ik hoop in elk geval vaker met Jaap te kunnen spreken. Zijn kinderen Martin, Alexander en Corrie en de vier kleinkinderen kunnen trots zijn op hun vader en opa.  

Jaap bedankt voor je tijd, ik vond het een mooie ochtend.

Edwin Nuijten

1 gedachte over “De oudste bewoner van Moerdijk”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.